Overwegingen van een moeder met een puberkind met wat veel uitdagingen in het leven.

In de peutertijd was het al zo’n dingetje, heel gewoon eigenlijk.  Hoort erbij, toch?

Wat als het kind wel zelf wil maar nog niet kan. 

Wat als het misschien wel kan maar niet zelf wil.

Wat als het wel kan, maar ik nog niet zelf wil laten doen.  Wat als…

Nu in de puberteit is het meer een DING geworden. Ook heel gewoon bij pubers, het grote onthechten moet gaan beginnen. Niet alleen het kind moet los, maar ook de ouders moeten los van het kind.
Ik vind soms dat het kind het wel zelf kan, maar het kind denkt daar anders over en laat mij het liever doen.  Of ik ben door de ervaring wijs geworden en laat het liever nog niet zelf doen terwijl het kind vindt dat ie dat prima kan. Of ben niet zo wijs maar ben gewoon gewend iets over te nemen. 

Maar dan wil het kind het zelf regelen, maar dat lijkt me nou in dit specifieke geval nog geen goed idee.  Of de manier waarop het gaat is niet echt handig…. 

Vind ik.  

Alle stappen daartussen om te leren, om te helpen, om eerst samen en dan… die zijn in meer of mindere mate nodig. Vinden we allebei wel. Maar welke wel en welke niet?

En dan krijg je vervolgens woorden over de stappen die je in jouw optiek samen hebt afgesproken en opeens blijkt dat dat niet zo is. 

“Wat??Jij zat toch naast me aan tafel toen we dat afspraken?” “Nee, echt niet! Ik zou dat helemáál niet zo afspreken, ik zei toch dat ik dat niet wil…” etc etc…

“Weet je, zoek het maar even fijn zelf uit dan”, roep ik boos en gefrustreerd uit en stoer trek ik me terug in de badkamer en duik in een heet bad.
Zou in gewone situaties moeten kunnen, ga maar even knalhard op je bek, daar leer je van en daar zijn we allemaal groot mee geworden. En dan wil ik me terugtrekken, bij een kind dat recentelijk emotioneel en psychisch flink onderuit is gegaan en dan krijg ik toch de zenuwen. En zit vervolgens helemaal niet meer lekker in dat hete bad.
Waarom kan ik dit kind nou niet gewoon óók flink z’n neus laten stoten? Zo leren mensenkinderen toch hoe het leven er in de grote wereld aan toe gaat…

Maar ik moet voorzichtig zijn en nu weet ik niet meer wat ik wel mag, en wel kán loslaten en wat nog niet. Ik wil namelijk niet dat ie nog een keer zo hard onderuit gaat. 

Ja toch? Niet dan?

En dan krijg ik het het verwijt dat ik alles voor hem regel zonder hem erbij te betrekken, en dat komt dan weer veel te hard bij me binnen. Ik loop al maanden op m’n tenen, probeer alles met hem in overleg te doen en voedt hem al anders op dan ik eigenlijk had gewild.

De verwachtingen over en weer staan onder spanning.   Ik weet het niet meer, wat kan hij aan en wat niet? Ben ik te voorzichtig of juist niet?  

Hij weet het ook niet meer, want  “wat als iets moeilijk is, raak ik dan weer in de war? Ik voel me niet goed! Moet ik stoppen? Bemoei je er toch niet mee! Ik weet toch zelf wel wat ik moeilijk vind en wat niet? Oh , maar bemoei je er toch maar wel mee! Want ik kan dit en dat helemaal nog niet zelf. Ik durf niet. Wat als het mis gaat, wat dan???”

En zo lopen we te klooien met z’n tweeën en hopen we dat andere mensen een beetje mee willen kijken met ons. En we praten, leggen uit, proberen te verduidelijken, ook als we het zelf niet helemaal weten. Of helemaal niet weten…

En in dat hulpverleningsuurtje maken we weer wat afspraken, en als we weer op onszelf zijn krijgt dat hele grijze gebied weer de overhand en kloten we maar weer door samen.

Ik weet het wel: ik moet me overgeven, de controle loslaten en mijn vertrouwen in de goede afloop weer een beetje terugkrijgen. Maar dat is toch wel makkelijker gezegd dan gedaan hoor. Want als je kind onderuit is gegaan, is opeens niets meer vanzelfsprekend en verlies ik alle opvoedzekerheid die ik voordien had.

En als ik een beetje bij mezelf probeer te blijven, zeg ik dat ik best wat zachter voor mij mag zijn. Want zeg nou ‘s eerlijk, hier kan je niet op voorbereid zijn. Dit is moeten roeien met de riemen die je krijgt, en blijven dobberen als er helemaal geen riemen meer zijn.  En dan is het de kunst om te dobberen en rustig om je heen te kijken waar je heengaat. 

Vertrouwen…
Loslaten in vertrouwen. 

O ja, en blijven ademhalen.