Vrijdag 23 maart – donderdag 1 maart

Wat begon deze vrijdag hectisch. Tot half twee heb ik het gevoel gehad dat ik geleefd werd. Van gesprek naar afspraak naar wachtruimte naar het volgende. Ondertussen in een spagaat zitten omdat het ene gesprek uitliep en ik voor het andere te laat zou komen. Als je ver van jezelf af wilt raken, dan is dit dé manier.

Om half twee ging ik zitten om te ontbijten.    Dikke pffffff.  Het gevolg was dat ik de rest van de dag  achter de feiten aan liep te hollen. Pas ‘s avonds, lekker even met de auto naar Schiphol, kon ik een beetje tot mezelf komen. Ik hou van autorijden. Muziekje hard aan en karren maar.

Zaterdag begon zo fijn, ‘s morgens m’n ogen opendoen en merken dat ik niet meer alleen in bed lag. Ik ben het alleen slapen erg ontwent. De keren dat ik alleen ben zijn te weinig om eraan te kunnen wennen.  Nu kon ik eindelijk een beetje gaan loslaten. De dagen hiervoor waren een rollercoaster geweest waarin ik overeind moest blijven staan en ik zag  wat de afgelopen drukke dagen niet alleen met mij maar ook met mijn huis hadden gedaan. Alles was blijven liggen, puinhoop dus. Voordat ik wat nieuws kan beginnen moet ik eerst de oude zooi opruimen. 

Mijn huis is de metafoor voor het leven.

Opruimen dus.
Dat wat ik niet meer nodig heb, gaan wegdoen. Dat klinkt makkelijker dan het werkelijk is. Eerst maar eens gewoon de vuilnis. Omdat ik alle afval scheidt, lijkt het hier wel een vuilverwerkingsbedrijf: Een vuilnisbak met een vak voor plastic (+pak en blik) en een vak voor restafval. Daarnaast een bak voor papier, daar weer een bak voor glas, ervoor de lege statiegeldflessen.  En zo ga ik mijn hele huis af. Eerst de huishoudelijke klussen die zijn blijven liggen, de afwas, de was, de rommel her en der. Blik op oneindig, verstand op nul. Muziekje op want dat helpt.  Ik krijg zowaar energie van het ruimen en ik begin aan de wat lastiger klussen. 

Ik vind het ‘s middags allemaal wel genoeg geweest, want ik hou niet van huishouden en ik werd knorrig. Ik ben de rest van de middag daarom maar gaan knutselen met mijn jongste en haar vriendin. Terug naar mezelf, ademhalen. Niets moet meer en ik kan een beetje loslaten. mindfull kleien noemt mijn huisarts dat en ik doe dit dus op doktersrecept. Een week te laat maar beter laat dan nooit.

Zondag ga ik naar de eerste cursusdag van de bomenogham, de berk staat deze eerste keer centraal en ik vind het bizar hoe actueel de boodschap is die bij deze boom hoort. 
Reinigen, het oude loslaten om nieuw begin te kunnen maken.  

Ik geniet van het samenzijn met deze vrouwen waar ik me fijn bij voel, ik kom weer bij mezelf aan. Dit is wie ik ben, dit is waar ik me thuisvoel. Hekserij, natuurwijsheid, intuitieve oude kennis, noem het hoe je het noemen wil. Maar ik ga weer ademhalen en ik word stil in mezelf.

En al doende weet ik dat ik oude patronen moet gaan loslaten, want ik kom niet verder en blijf hangen in de afleiding. Als ik iets ouds niet van me afschudt kan ik het vergeten om verder te komen. Kan ik het vergeten om vanuit mezelf te gaan leven. Ik leef vanuit een oud patroon en het voelt niet meer goed. Net als een oude jas die eigenlijk niet meer past maar waar ik geen afscheid van kan nemen. 

Ik maak contact met dit oude patroon door Ho o oponopono, het hawaiiaanse vergevingsritueel. Ik heb al eerder ervaren dat het uitspreken van de zinnen van dit ritueel echt helend kunnen zijn en ik ga ervoor.  
Ho o oponopono

“Het spijt me, Vergeef me, Ik hou van je, Dank je wel”

Ik zeg het tegen mezelf en tegen het oude patroon. Ik herhaal en herhaal en herhaal en voel dat het binnenkomt. Maar ik voel tegelijkertijd dat dit een opgave gaat worden, dat het te sterk aan me trekt. 

De komende week zet ik een nieuwe intentie in:  Ik kom weer bij mezelf met het afleggen van mijn oude patronen.

Vanuit Den Haag rij ik door naar Alkmaar, waar H. een optreden heeft. Ik voel me vrij en goed en geniet van de mensen, geniet ook van de aandacht die er voor me is. Ik weet dat dat aangetrokken wordt doordat ik me goed voel en in contact ben met mijn vrije ziel. Ik heb er vertrouwen in. Als ik dit gevol maar vast kan houden.

De volgende dag, op maandag, ga ik op zoek naar een berk om takken van te snoeien. Het is vreselijk koud, maar ik wil dit echt nu doen. Want van de wintertakken kan ik een eigen heksenbezem maken en dat wil ik al een tijdje. Ik denk dat het me gaat helpen om “schoon te maken”. 

Op zoek naar de berk, samen met mijn onwillige zoon die het veel te koud heeft en erachter komen dat ik eigenlijk bar weinig van bomen weet. Waarom vergeet ik toch de essentiele zaken? Zoals namen van bomen bijvoorbeeld. Geen berk gevonden, wel een populier wiens stam verdacht veel weghad van een berk. Oh jee, ik ben echt een rommelheks van niks.

Maandag en dinsdag vergleden verder wat ongemerkt voorbij. Het was koud en het werd al kouder en kouder. Het is winter en ik voel me als dit jaargetijde: in mezelf gekeerd en het liefst ongestoord er gewoon maar zijn.
Ik verlang naar het buiten zijn en daar in m’n eentje blijven. Bij voorkeur in de warmte. Niet naar binnen moeten hollen omdat ik het zo koud heb, maar heerlijk in m’n shirtje in het zonnetje tegen een eik aanzitten, mijn ogen dicht en opgaan in het bos.

Ik ben geen wintermens, echt niet.   Overgave, niet ertegenin gaan. De lente komt vanzelf wel weer.

Alles grijpt in elkaar en zonder er woorden voor te kunnen vinden, begin ik sommige patronen in mij een beetje meer te snappen. 

Dit is de periode van afscheid nemen, opruimen, reinigen. 

Ondermeer erachter komen dat iemand niet was wat ik dacht, zich anders voordeed en daar kon ik zo verdrietig om worden. Soms begrijp ik mensen niet. Ik laat het zijn en neem afscheid van ideeën en vooronderstellingen. Ik neem ook afscheid van verlangens en wensen die niet reeël zijn en pas mijn verwachtingen aan.  Voordat ik iets nieuws kan gaan beginnen, zal ik toch echt eerst het oude moeten loslaten. 

Overgave. 

Woensdag zou ik naar vrienden in Engeland gaan samen met mijn twee jongste kinderen. Het weer werd echter telkens slechter, sneeuwstormen en ijzige kou, met het gevolg dat reizen onmogelijk werd. Vluchten werden geannuleerd. De teleurstelling zelf moeten verwerken maar ook die van de kinderen op moeten vangen.

Overgave.

En toen was de maan vol en nam de belofte met zich mee dat er nieuwe dingen mogen ontkiemen. Maar ik ben nog niet zover, ik zit nog onder een dekentje te wachten tot de storm en de kou weggaan. Ik laat nog niet los, ik geef me nog niet over. Ik kan oude patronen maar niet loslaten en ik laat het maar. 

Overgave. Overgave. Overgave….
ZIE LINK voor de dagboekberichten achter elkaar: https://wp.me/p8cwWi-gW