Opeens schrok ik wakker! Ik keek verdwaasd om me heen en vroeg me af waar ik was. Ik lag buiten op de tuinbank en de schemering was al ver ingezet. Was ik toch gewoon in slaap gevallen in de frisse buitenlucht. Ik bleef nog even stil liggen en genoot van het moment. Dit is geluk, dacht ik bij mezelf, de frisse avondlucht op je huid voelen terwijl niemand weet dat je daar buiten ligt.

In het moment blijvend, mijmerde ik over dit kleine geluk. Ik ben een vrouw die in grote drama’s kan vallen, maar evenzo groot geluk kan ervaren door heel kleine dingen:

Stilte in de vroege ochtend, als het hele gezin nog ligt te slapen en ik op mijn blote voeten de koude stenen van mijn terras opstap.

De lucht van het gras, nat van de dauw.

Een bos dat ontwaakt, het toenemende geluid van alles wat leeft en ik mag daar lopen.

Aardbeien van het kroontje af eten, of een haring van de staart happen.

Een kindje in pyjama tegen me aan. 

De ogen van mijn grote zoon, die me blij aankijken als ik onverwacht de keuken in kom lopen waar hij aan tafel zit.

Een spontaan lief woordje, alleen aan mij gericht.

Op mijn blote voeten lopen, vieze voeten krijgen…

Het is zoveel dat ik kan bedenken en eenmaal de aandacht erop, vraag ik me af waarom het niet wat makkelijker gaat om in deze staat van Zijn te blijven. Het stilstaan en genieten van het geluk dat kleine dingen je brengen, werkt als een verkoelende zalf op dramatische wondjes.
De drama’s in mijn leven, groot en klein, schijnen op de een of andere manier ‘gewoner’ te zijn en dringen zich op de voorgrond, bijna zonder dat ik daar vat op heb. Terwijl het klein geluk toch zo dichtbij is, moet ik er eerst mee geconfronteerd worden voordat ik het opmerk. Het is soms zo klein, dat het niet eens opgemerkt wordt en dan is het weg zonder dat het beleefd is.

Vreemd eigenlijk hoe dat werkt…

Deze mijmeringen doen me beseffen dat het leven mooier is dan het soms aan de buitenkant lijkt. De zorgen van alledag werpen een schaduw over de dag en ik neem me hier en nu voor om dat niet meer zo makkelijk te laten gebeuren. Mijn brein bedenkt automatisch een leuke nieuw plannetje.
Een doosje met twee vakjes. Een vakje met lege notitieblaadjes en een vakje met kaartjes waar ik allerlei klein geluk op kan gaan verzamelen. Mijn klein geluk. En als ik dan weer ’s overweldigd word door gepieker en door zorgen, schrijf ik dat op zo’n leeg blaadje en pak ik een van de kaartjes met mijn kleine geluksmomentjes en legt deze er bovenop. Om me te herinneren aan die momentjes, hoe klein ook. Als een zalfje op het dramawondje…

Ik sta op en grinnik om mezelf. Ik hou van mijn brein die altijd en overal creatieve mogelijkheden van maakt. Ik denk aan de uitvoering en hoe ik het op de markt kan brengen. Bijna verdwijn ik in een opsomming in mijn hoofd van de mooie plannen die ik zo heb bedacht maar die nooit werkelijkheid zijn geworden. En daar kan ik dan wel heel dramatisch over gaan lopen doen, maar ik geniet liever van het beeld dat ik zie van mezelf met allemaal ideeën-ballonnetjes boven mijn hoofd. Morgen maar eens verder met een van mijn creatieve plannen.